Ridderschapstraat 18

Dwars huis van twee bouwlagen uit ca 1665 met latere achterbouw, waaronder een kelder van oude oorsprong.

De Ridderschapstraat is aangelegd door de Ridderschap, één van de drie instanties die de Staten van Utrecht vormden. Na de reformatie kreeg de Ridderschap het beheer over het Wittevrouwenklooster, een belangrijk klooster voor adellijke jonkvrouwen, dat al in 1229 werd genoemd. In 1663 werd de Ridderschapstraat aangelegd om nieuwe huizen te kunnen bouwen. Het zuidelijke stuk liep langs de achterkant van de tuinen van de huizen aan de Plompetorengracht, waardoor de eigenaren van die panden er hun koetshuizen konden bouwen. De rentmeester van het Wittevrouwenklooster verkocht de overige percelen aan beide zijden van de straat.

De eerste koper van onder andere het perceel waarop nu Ridderschapstraat 18 staat was Johan van Ewijck: diezelfde rentmeester. Nog dezelfde dag verkocht hij het perceel door aan de ‘timmerman’ Gijsbert Hendrickss Schade. Zijn beroep klinkt logischer wanneer men weet dat het bouwen van een huis in die tijd ‘timmeren’ genoemd werd. In 1666 zijn de huizen Ridderschapstraat 16, 18 en 20 klaar en worden ze verkocht, nummer 18 en 20 aan Philip Pieterss Neef. Ons huis fungeert in de volgende eeuwen vooral als huurhuis voor handwerkslieden.

Achter Ridderschapstraat 18 en gedeeltelijk achter nummer 20 lag een huisje. Daarvan is de kelder bewaard gebleven onder de latere aanbouw van Ridderschapstraat 18, maar deze kelder, die oorspronkelijk overwelfd was, heeft bouwkundig geen relatie met het huis uit 1663. Het zou kunnen dat het de kelder is van een gebouwtje dat nog bij het middeleeuwse klooster hoorde.

Van dat klooster is verder eigenlijk alleen nog een deel van de noordelijke ommuring over: als tuinmuur van Ridderschapstraat 18. Nora Pulle-Starke, weduwe van de bekende Utrechtse professor Pulle, woonde van 1976 tot 1995 in Ridderschapstraat 18, het was haar eigendom. Ze was erg bezorgd over wat er na haar dood met de haar zo dierbare kloostermuur zou gebeuren. Omdat zij jarenlang als vrijwilliger voor het Utrechts Documentatiesysteem gewerkt had, wist ze raad: zij liet haar huis, met tuin en muur, na aan het UMF.

Meer informatie over dit pand kunt u vinden in Steen-Goed nummer 25.

Klik hier voor meer informatie.