Oudegracht 319 en Geertestraat 1

Wie vanaf de straatkant naar dit pand kijkt ziet meteen dat dit huis opvalt. Een bijzondere gevel siert het pand. Rond 1930 heeft men deze gevel teruggebracht in 17e -eeuwse staat. Het pand zelf is ouder. Al vroeg, in 1588, is het pand verdeeld in twee woningen. Hoewel er sprake is van twee huisnummers, Oudegracht 319, 319a en b a/d werf en Geertestraat 1, 1 a t/m 1d, is er dus sprake van één pand. Een derde woning, eveneens ‘gehorich’ aan Grijsesteijn heeft een ingang aan de kant van de Geertestraat. Geertestraat 1 vormt dus gewoon een bouwkundig geheel met Grijsesteijn.

De huisnaam Grijsesteijn: al eeuwen staat dit pand bekend als Grijsesteijn. Al in 1544 wordt ze zo genoemd. En de naam is sedertdien bewaard gebleven op varianten als ‘Griessesteyn’, ‘Grijsestain’, en ‘Griesestain’ na tenminste.

De uitgang ‘-stein’ kan betekenen dat dit huis vroegere een gevel had van grauwe natuursteen. En dat het pand haar naam hieraan ontleent. Het kan heel goed dat deze later is vervangen door een houten.

Tot 1595 ontstonden er zo op het perceel in totaal vijf woningen, die door zeven partijen werden bewoond. Dit zijn de bewoners: Willem van Hanesteyn, tinnegieter van beroep; Evert van Blommerweert, Aeltgen Anthonisdochter. De weduwe van Schonevelt, “ene Catharina”, Jacob van Ackeren en Henrick Beerntss. “leremaecker” met Loeff de wever. Die smederij of, toen, “tinnegieterij” genoemd, lag rond 1595 waarschijnlijk achter wat nu Oudegracht 319 is. Henrick van Schonevelt en het echtpaar Van Blocklant komen om. Rond die tijd is de pest ook weer epidemisch. Het is niet uit te sluiten dat zij hieraan zijn bezweken. Vooral, zo wil het feit, in de buurt van stadspoorten deden zich veel sterfgevallen voor.

Willem Aertss van Duyren de overbuurman koopt Grijsesteijn. Hij is al de eigenaar van “De Hoywagen”. Hij trouwde drie maal. Uit zijn eerste huwelijk met Margaretha Swieterincx Martensdochter, werden vier zoons geboren: Aert, Abraham, Davidt en Isaack. Er komen in deze periode tot 1609 nog vier cameren bijgebouwd en zo staat het hele erf vol.

Van Wiert (alas Mom of Mom van Weerde) wordt in 1609 eigenaar van het huis. Net als zijn voorganger komt ook hij van slechts een paar huizen verderop. Hij is een “Geertesteger”. Veel lieden in deze buurt werkten op één of andere manier in de textielnijverheid Als drapeniers, linne- en wollewevers. Jan van Wiert kwam uit een drapeniersfamilie. Jan Hendrickss. Was “verwer”van beroep. De ververij in de 17e eeuw was op dit gedeelte van de Oudegracht.

En zo was er zo’n twee eeuwen lang een bakker op deze hoek gevestigd. Precies weten we het niet vanaf omstreeks 1700 was er hier een bakkerij gevestigd. In 1707 was bakker Helmus Koutijs al huurder van Oudegracht 319. Maart 1842 wordt notaris Nagtglas gewag gemaakt van een “zeer ruim en weldoortimmerd huis” “waar de brood- en kleingoedbakkerij sedert 150 jaren wordt uigeoefend”. De laatste bakker/eigenaar was Jacobus Anthony van Asch. Na zijn overlijden werd het huis in 1902 openbaar geveild. En gekocht door de timmerman/aannemer Bernardus Johannes van Baaren, bewoner en eigenaar van het buurhuis Oudegracht 317. Luxe bakkerij “de Bijenkorf” bleef echter nog bestaan. En op de hoek is een sigarenwinkel. De detailhandel.

De laatste eigenaars kwamen uit de familie Van Baaren. De nalatenschap van deze familie is opgegaan in de “Van Baaren Stichting”, het pand werd in 1978 aan het UMF verkocht.

Klik hier voor meer informatie.