Oudegracht 237

In 1970 was de eigenaar van Oudegracht 237 bereid het bedrag van de koopsom geheel aan het UMF te lenen. Hierdoor kon het UMF besluiten dit pand te kopen.

Inwendig vertoont het huis slechts enkele historische details. De voorgevel heeft echter nog een harmonieuze indeling en in het bijzonder zijn de 18de eeuwse onderpui en het zogenaamde zakkendragerspoortje, dat naar een naast het huis, en daarbij behorende, gelegen poort voert, belangwekkend. De houten stijl in het bovenlicht van de poort, met het jaartal 1622 en de figuur van een zakkendrager houdt de herinnering levendig aan het wachtlokaal van het Zakkendragersgilde dat hier, in de sacristie van de Regulierskerk, in 1580 werd gebouwd.

In de nacht van 6 op 7 mei 1973 is het uit 1622 daterende beeldje van een zakkendrager in het bovenlicht van de poort bij dit huis spoorloos verdwenen.

Op dit beeldje zien we een man met een zak op zijn schouders, met aan zijn rechterzijde nog twee opgestapelde zakken. Aan de linkerzijde staat een korenmaat, als atribuut van de korenmeters die ook tot het gilde van de zakkerdragers behoorden.

Het gedeelte tussen de Weesbrug en de Gaardbrug heette vroeger de Hoge Korenmarkt. Via Tolsteeg voeren de schepen met graan, turf, smeekolen en hout de gracht in om daar gelost te worden. De huizen langs de Korenmarkt waren daarom zeer in trek bij korenkopers, korenmeesters, zakkendragers, bakkers en bouwers.

Tussen het Regulierenklooster en de gracht was maar een smalle strook grond. De oudste bebouwing bestond dan ook uit huizen slechts met één kamer diep, misschien wel met meer kamers naast elkaar. Het perceel van nummer 237 werd in latere jaren uitgebreid over de poort. Ook het plaatste achter het huis werd volgebouwd en nog weer later ging het wachtlokaal van de zakkendragers er ook bij horen. Dit verklaart misschien de eigenaardige plattegrond van het huis, de ligging van de verschillende kelders en het hoogteverschil tussen voor- en achterkelder.

Voor 1580 behoorde het huis, met het zuidelijke buurhuis, tot het bezit van het Regulierenklooster. Door het verbod van het openlijk uitoefenen van de Katholieke godsdienst liepen de kloosters leeg en vielen de geestelijke goederen aan de overheid. Op 4 april 1583 verkopen twee gecommitteerden van de “staeten s’lants”, aangesteld tot het beheer van de geestelijke goederen, voor de som van fl 800,00 drie huizen aan de huismeesters van het weeshuis.

Steengoed nummer 2, november 1988 gaat over Oudegracht 237 en het zakkendragershuisje

Klik hier voor meer informatie.