Jansveld 4 t/m 20 (even)

De Margarethenhof aan het Jansveld is in oorsprong geen hofje maar een gasthuis, ook al wekt de situering van een deel van de huisjes rond een binnenplaats sterker die indruk dan bij de andere Utrechtse Godskameren het geval is.

Stichter van het gasthuis (van St. Mathias en Margareta) was de Domkanunnik Ghijsbrecht van Walenborch, die in 1367 een stuk grond aan het Jansveld van de stad in erfpacht nam en daarop een gasthuis bouwde. Dat de bouw kort daarna plaatsvond blijkt uit het feit dat de kapel bij het gasthuis in 1371 gewijd werd.

De stichtingsakte van het gasthuis is verloren gegaan, het archief van de fundatie bevat tot 1530 maar weinig stukken. In 1562 werd het gasthuis tot vrijwoningen verbouwd. Het beheer berustte in opdracht van de stichter bij enerzijds de raadsburgemeester van de stad en anderzijds de Proost van Leijden (indien deze Domkannunik was) of de oudst fungerende priesterkannunik van de Dom. Vanaf 1648 is het beheer geheel in handen van burgemeesters van de stad. De inkomsten verkreeg de fundatie onder meer door het verpach-ten van landerijen, die in de wijde omtrek van Utrecht lagen (o.m. in Werkhoven, Westbroek en Vleuten).

Oorspronkelijk bevatte het complex 20 woningen; elf ervan werden in 1894-1895 wegens bouwvalligheid afgebroken. Daarmee verdween het belangrijkste deel van het complex. Een opmetingstekening, die vlak voor de sloop werd gemaakt toont een breed gebouw van een hoge bouwlaag onder een hoog zadeldak. Zoals in vroeger tijd gebruikelijk zal het als ziekenzaal wel een grote zaal hebben bevat met bedsteden langs de wanden en met een altaar aan het einde. De fundatie verving deze negen kameren door vijf nieuwe woningen in de Haagstraat. De huisjes zijn meermalen – zowel wat het uiterlijk als het interieur betreft – ‘gemo-der-ni-seerd’. Nog steeds bezitten niet alle huizen een eigen watercloset (de bewoners moeten zich dus behelpen met een secreet op de binnenplaats) en missen ze ook verdere eigentijdse voorzieningen.

Ondanks de verbouwingen bleef in de vier aan de straat gelegen huisjes nog enig middeleeuws metselwerk bewaard. De vensterindeling van de voorgevels werd gewijzigd naar de mode van de tijd: de segmentbogen boven deuren en vensters verdwenen (alleen in de gevels van nr. 8 en 10 zijn ze bewaard). Tijdens een restauratie van de interieurs zullen wellicht nog wel oude bouwfragmenten te voorschijn komen.

Het hofje bestaat nu uit 9 woninkjes waarvan er drie aan het Jansveld liggen (nrs 4, 18 en 20). Tussen de nrs. 4 en 18 is een poort, die toegang geeft tot de binnenplaats waaraan nog vijf huisjes (nrs. 8, 10, 12, 14 en 16) liggen. Nummer 6 heeft de voordeur in de poort en is boven de poort gelegen.

Tot 1979 werden de kameren beheerd door Burgemeester en Wethouders van Utrecht. In dat jaar gaf de gemeente de huisjes in erfpacht uit aan de Stichting Het Utrechts Monumentenfonds. Dit fonds voerde in 1980 herstelwerkzaamheden uit: het buitenschilderwerk werd vernieuwd, de goten hersteld en de bestrating in de binnenplaats werd herlegd. Tijdens deze werkzaamheden bleek dat in de voorgevel van nr. 16 nog het oude kruiskozijn, waarin later schuiframen waren gemaakt, aanwezig was. Dit zal tijdens de komende interne renovatie, nu het huisje niet verhuurd wordt, zoveel mogelijk in ere worden hersteld. Tevens zal, als laatste huisje, een inpandig toilet gerealiseerd worden. zodat het daarna weer volgens hedendaagse normen bewoond kan worden.

(Deze tekst is een verkorte weergave van de tekst over het hofje in het boek ‘Hofjes in Utrecht’ van W. Thoomes)

Klik hier voor meer informatie.